Oproep aan de studenten van Parijs, door Franciscus Xaverius sj


Vandaag viert de Kerk het feest van Franciscus Xaverius sj (1506-1552), veruit de meest populaire jezuïetenheilige.

Franciscus was een man van passie. Als hij zich gaf, gaf hij zich ten volle. Er heeft evenwel heel wat water door de Seine moeten vloeien vooraleer hij er toe gekomen is om met die passie in het reine te komen. Niet zozeer om ze in te tomen dan wel om ze te “ordenen”.

De Geestelijke Oefeningen die Ignatius hem zelf gegeven heeft hebben zijn leven aardig door mekaar geschud. In de eerste aantekening van de Oefeningen schrijft Ignatius dat één van de bedoelingen ervan is “om zich van elke ongeordende gehechtheid te ontdoen, en om dan te zoeken en te vinden wat Gods wil is bij de inrichting van zijn leven tot heil van zijn ziel”. De ervaring van de Oefeningen heeft Xaverius gebracht tot zo’n inwendige vrijheid dat hij een man werd die volledig beschikbaar was voor het apostolaat van de Sociëteit van Jezus.

Hieronder vindt u een citaat uit een brief van Xaverius, geschreven uit India en gericht aan de studenten uit Parijs. Onderdaan staat een gebed van Xaverius. Beide verwijzen naar de bron waaruit deze passionele man leefde.

AAN DE STUDENTEN VAN PARIJS

Vaak overvalt me het verlangen om naar jullie universiteiten toe te komen en in het bijzonder naar de universiteit van Parijs. In het hartje van de Sorbonne zou ik er, met luide stem, diegenen willen toespreken die meer bekommerd zijn om de wetenschap op zich, dan dat ze zich inzetten om er daadwerkelijk iets mee aan te vangen. Mochten ze toch maar eventjes willen nadenken over al die gaven die God hen geschonken heeft. In het diepste van hun ziel zouden ze dan de goddelijke wil ontdekken en eerder de belangen van Jezus Christus willen dienen, dan hun eigen verlangens. Ze zouden zeggen: “Heer, ik ben bereid … Wat wilt Gij dat ik doe? Zend mij waarheen Gij wilt.”

GEBED TOT JEZUS

O God, mijn God, ik houd zoveel van U!
Maar ik bemin U niet opdat Gij mij zoudt redden;
of om het eeuwig vuur waarmee Gij
diegenen straft die niet van U houden.

Gij hebt mij heel en al
omhelsd aan het kruis,
Gij hebt de nagels ondergaan,
de lans, zoveel smaad,
talloos lijden, en de dood.
En dit alles omwille van mij
en mijn zonden.

Hoe zou ik U dan niet beminnen,
o allerliefste Jezus?

Niet opdat Gij mij in de hemel zoudt redden
of opdat Gij mij niet voor eeuwig zou verdoemen;
evenmin uit hoop op welke beloning dan ook;
maar, zoals Gij van mij gehouden hebt,
zo ook houd ik van U en zal ik van U blijven houden:
alleen omdat Gij mijn Koning zijt
en alleen omdat Gij God zijt.

Reacties