Roeping, wat wil dat zeggen?




Hieronder vind je mijn homilie voor dit WE

3de  ZONDAG DOOR HET JAAR A
Jes. 8,23.9,1-3  -  Ps. 27(26),1.4.13-14.    -   1 Kor 1,10-13.17  -  Matteüs 4,12-23

De voorbije week heb ik een driedaagse bezinning gegeven in de abdij van Postel aan een klas van laatstejaars uit een Vlaams jezuïetencolleges. Jongens en meisjes van 17-18 jaar, die op het punt staan om hun vleugels uit te slaan en die zich de vraag stellen van hun studiekeuze en ook van hun verdere leven. Al tijdens de eerste kennismaking vroeg een van de meisjes, Anna, mij om te vertellen over mijn roeping.

Dat overkomt me vaker. Mensen snappen het niet dat je ervoor kan kiezen om priester of religieus te worden. Het lijkt iets heel apart. Je moet wel een heel bijzondere ervaring gehad hebben om zo’n levenskeuze te maken. Is dat zo?

Uiteraard begrijp ik wat die mensen bedoelen. Ik heb zelf lange tijd een soort van magische voorstelling  gehad van het geroepen worden. Wat is dat eigenlijk, geroepen worden door God?
De lezingen van vandaag geven een nogal precies antwoord op die vraag, doorheen het verslag dat Matteüs ons geeft over de roeping van de eerste leerlingen van Jezus. We kunnen hieruit alvast drie punten leren.

1.     Ten eerste springt in het oog dat Jezus onopvallende mensen  roept om zijn naaste medewerkers te worden. Het gaat over vissers. Van Petrus weten we bovendien dat hij gehuwd was. Er wordt voor de rest geen melding gemaakt van welk bijzonder talent van die apostelen dan ook. 

      Jezus roept gewone mensen, zonder speciale vorming of uitzonderlijke capaciteiten, om zijn naaste medewerkers te worden. Anders gezegd, elke christen wordt geroepen door de Heer, niet enkel de priesters en religieuzen. Elke gedoopte en eigenlijk elke mens – want allen zijn we schepselen, kinderen van God - wordt geroepen om in zijn of haar leven de Heer na te volgen. Niet een beetje of en toe, als er wat tijd overblijft. Wel helemaal en altijd. Elk binnen zijn of haar levensstaat. Sommigen als priester of religieus. De meesten als leek met een gezin en een profane beroepsbezigheid.

2.     Waartoe  roept Jezus mensen? Wat is de zending  van de christen? Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij horen we Jezus zeggen. En vervolgens : Komt, volgt Mij: Ik zal u vissers van mensen maken.

In deze enkele woorden wordt de inhoud van de roeping ruim maar duidelijk omschreven. Het heeft allemaal te maken met Jezus. Jezus roept op tot bekering. En die bekering, zo legt Hij zelf uit, betekent Hem navolgen. Meer info geeft Hij niet. Wat dit concreet voor jezelf betekent, daar kan je maar achter komen  door het avontuur van die vriendschap met Jezus aan te gaan. Christen zijn is niet het uitvoeren  van een vooraf welomschreven programma. Er bestaat niet zoiets als een app die je vlot doorheen de verschillende stappen leidt. Christen zijn is leven vanuit een verbondenheid met de Heer en vervolgens zien waarheen dit je leidt . Geloven in Jezus is vertrouwen in Jezus. Je toevertrouwen aan Jezus is het aandurven  om je leven uit handen te geven en toelaten dat God zelf je de weg aanwijst. Het is een weg van nederigheid .

3.     Ten slotte, wat misschien nog het meeste opvalt is de snelheid waarmee die vissers ingaan op Jezus’ uitnodiging om Hem te volgen. Matteüs vertelt ons dat zij terstond hun netten in de steek laten om Hem te volgen. Hoe kan je dit verklaren? Wat is daar gebeurd tussen die mensen en Jezus. Hoe klonk de stem van Jezus? Hoe keek Hij hen aan? We weten het niet. Uit het getuigenis van Matteüs blijkt wel onomstotelijk dat bij die vissers de oproep om Jezus te volgen als onweerstaanbaar en dringend werd ervaren. Zij gingen er onmiddellijk op. Roeping door Jezus is niet voor volgende jaar, als er meer tijd is. Het is ook niet voor straks. Het is voor meteen. Hier en nu. Voor u, voor mij. Er is eigenlijk geen alternatief voor Jezus.

Beste medechristenen, we hebben net, in de evangelielezing, geluisterd naar het Goede Nieuws van de roeping, de roeping van elke mens; dus ook van elk van ons. Eigenlijk is het helemaal niet vreemd dat Anna dit zo bijzonder vindt.  Geloven dat die grote God elk van ons persoonlijk roept om zijn rechtstreekse medewerkers te worden.  Geef toe, je zou voor minder verwonderd zijn. 

Nog meer dan verwondering is het echter reden tot dankbaarheid. Het geeft aan hoe kostbaar wij zijn, elk ons, in Gods ogen. Hoe hoog Hij ons acht. Hoeveel vertrouwen Hij in ons heeft. En hoeveel genade Hij ons geeft om zijn roeping tot een goed einde te brengen.




-->

Reacties

Ik merk op in een van de laatste zinnen, namelijk Kostbaar in Gods ogen, dat dit nu net de spreuk is van onze nieuwe Bisschop van Brugge ,Lode Aerts.
Wij zijn allen kostbaar in Gods ogen.